12-01-2010 14:18:52
De recentste versie van dit bestand is beschikbaar online bij het Microsoft Downloadcentrum op de pagina
Voor hulp bij technische problemen met SQL Server die geen betrekking hebben op de documentatie verwijzen wij u naar de pagina over
Inhoud
1.0 Achtergrond
De Microsoft® SQL Server® 2008 Reporting Services-invoegtoepassing voor producten en technologieën van SharePoint kan van het web worden gedownload. Deze invoegtoepassing biedt functies voor het integreren van een rapportserver in een grotere implementatie van Microsoft SharePoint Foundation 2010® of Microsoft SharePoint Server 2010®. De Reporting Services-invoegtoepassing biedt de volgende functionaliteit:
-
Het webonderdeel Rapportweergave waarmee u rapporten kunt weergeven of naar verscheidene indelingen kunt exporteren. Dit onderdeel biedt tevens functies voor paginanavigatie, zoeken, afdrukken en in- en uitzoomen.
-
Webpagina's waarin u abonnementen en schema's kunt maken, beveiliging voor modelitems kunt instellen en rapporten, modellen en gegevensbronnen kunt beheren.
-
Ondersteuning voor standaardfuncties van SharePoint Foundation 2010 en SharePoint Server 2010 waaronder documentbeheer, samenwerking, beveiliging en implementatie met inhoudstypen voor rapportservers.
-
Voor rapporten kunt u SharePoint-waarschuwingen, versiebeheer (in- en uitcheckfuncties) en webonderdelen van het type Filter gebruiken. U kunt het webonderdeel Rapportweergave aan elke pagina of elk dashboard op een SharePoint-site toevoegen en de weergave ervan aanpassen.
-
Met de machtigingsniveaus en rollen van SharePoint kunt u de toegang tot rapportserverinhoud beheren. U kunt ook de formulierverificatie van SharePoint gebruiken om toegang via een internetverbinding mogelijk te maken.
-
Een afleveringsextensie die u in abonnementen kunt gebruiken om rapporten bij SharePoint-bibliotheken af te leveren.
-
Rapporten en modellen vanuit Report Designer en Model Designer in een SharePoint-bibliotheek publiceren
-
Rapporten en modellen vanuit een SharePoint-bibliotheek in Report Builder openen en rapporten in SharePoint-bibliotheken op de site opslaan
-
Een SOAP-eindpunt (Simple Object Access Protocol) voor het beheer van rapportserverinhoud in de SharePoint-integratiemodus.
2.0 Functies in deze release
De Reporting Services-invoegtoepassing werkt samen met een SQL Server 2008 R2 Reporting Service-rapportserver die u voor SharePoint-integratie configureert. In het volgende overzicht staan de nieuwe functies van deze versie:
-
Flexibele installatie van de invoegtoepassing, wat nu mogelijk is voor of na het installeren van een SharePoint-product of -technologie. Door te installeren voor een SharePoint-product of -technologie kan de invoegtoepassing eenvoudiger worden geïmplementeerd, omdat de SharePoint-farm de bestanden implementeert wanneer servers aan de farm worden toegevoegd.
-
Eenvoudigere configuratie van SharePoint-servers voor integratie met een rapportserver. Er zijn minder stappen om uit te voeren dan in de eerdere versie van de invoegtoepassing. Zie Procedure: Rapportserverintegratie configureren in Centraal beheer van SharePoint voor meer informatie
-
De mogelijkheid om gegevens te gebruiken van een SharePoint-lijst als gegevensbron voor rapporten. De invoegtoepassing biedt nieuwe mogelijkheden voor Microsoft SharePoint-lijsten en query's zodat u eenvoudig informatie van SharePoint-lijsten aan uw rapport kunt toevoegen. Zie Gegevens verkrijgen van het brontype SharePoint-lijst (Report Builder 3.0) voor meer informatie
-
Rapporten van Microsoft Access 2010® en de nieuwe gegevensextensie Reporting Services SharePoint-lijst kunnen lokaal worden uitgevoerd vanuit de SharePoint-documentbibliotheek zonder een verbinding met een SQL Server Reporting Services-rapportserver. Zie Rapporten van de lokale modus renderen in Report Viewer (Reporting Services in SharePoint-integratiemodus) voor meer informatie
-
Categorieën die als onderdeel kunnen worden geconfigureerd van het diagnostische SharePoint-logboek. De logboekinformatie van categorieën varieert van het gebruik van de gebruikersinterface tot de SOAP-clientproxy. Zie Gebeurtenissen voor Report Server in de SharePoint-integratiemodus en Procedures: Reporting Services-gebeurtenissen inschakelen voor het SharePoint-traceringslogboek voor meer informatie
-
De aan Reporting Services gerelateerde gebruikersinterface binnen SharePoint ondersteunt nu 37 talen, tekensets van rechts naar links met Hebreeuws en Arabisch en complexe tekstindeling met Thai. Dit wordt ondersteund in zowel het webonderdeel rapportviewer als de webpagina's.
-
Met de ClickOnce-functionaliteit van Report Builder wordt Report Builder direct geladen van een rapportserver en worden de systeemeigenschappen aan de serverzijde gebruikt.
-
Abonnementen en analysekoppelingen werken rechtstreeks met de gekoppelde bronnen in de documentbibliotheek in plaats van via de rapportserver.
-
Een HTTP-redirector die luistert naar aanvragen van clients zoals Report Builder aan de SharePoint-web-front-end en die het verzoek doorstuurt naar de rapportserver.
3.0 Vereisten
Voor de installatie van de Reporting Services-invoegtoepassing moet de computer aan de volgende softwarevereisten voldoen, naast de software- en hardwarevereisten van het product of de technologie van SharePoint 2010 waarmee u deze integreert:
-
Microsoft Windows Installer 3.0 of nieuwer.
-
SharePoint Foundation 2010 of SharePoint Server 2010. De Reporting Services-invoegtoepassing wordt niet ondersteund in vroegere versies van Windows SharePoint Services of Microsoft Office SharePoint Server 2007.
-
De invoegtoepassing is uitsluitend 64-bits, dit is een vereiste voor SharePoint 2010-producten en -technologieën.
-
Als u geïntegreerde operaties wilt configureren met deze versie van de Reporting Services-invoegtoepassing, moet de rapportserver SQL Server 2008 R2 zijn. De rapportserver moet geconfigureerd zijn voor de SharePoint-integratiemodus volgens de instructies in SQL Server Books Online.
-
De volgende versies van SQL Server worden ondersteund: Standard, Evaluation, Developer en Enterprise. Serverintegratie wordt niet ondersteund in de Workgroup-editie van Reporting Services of SQL Server Express met Advanced Services.
3.1 Vereisten voor de domeingebruikersaccount voor SharePoint-beheer en -services
Voor een implementatie van een SharePoint-product of -technologie wordt gebruik gemaakt van verschillende accounts om services uit te voeren en toegang te verkrijgen tot front-end- en back-endservers. Als u voor uw implementatie domeinaccounts opgeeft, volg dan altijd de aanbevelingen en geef accounts op die uitsluitend worden gebruikt door de SharePoint-webapplicatie. Configureer geen serviceaccount die kan worden uitgevoerd onder een domeingebruikersaccount van een reële persoon die toegang heeft tot de SharePoint-site.
Een domeinaccount is vereist als:
-
De SharePoint-site en de rapportserver zich op verschillende computers bevinden.
-
De host van de SharePoint-site is een toepassingsgroep die wordt uitgevoerd als ingebouwde account, zoals NetworkService.
-
Het eindpunt van de rapportserver op de SharePoint-webtoepassing is geconfigureerd voor de modus Vertrouwde account.
Als u geen domeingebruikersaccount hebt, wordt de volgende foutmelding weergegeven wanneer een gebruiker een rapport wil bekijken of Reporting Services-functies aanroept vanaf de SharePoint-site:
"Er is een onverwachte fout opgetreden bij het maken van een verbinding met de rapportserver. Controleer of de rapportserver beschikbaar is en is geconfigureerd voor de geïntegreerde modus van SharePoint. Met de aan gebruiker '<acccountnaam>' toegekende rechten kan deze bewerking niet worden uitgevoerd."
U kunt deze fout voorkomen door de aanbevelingen in de productdocumentatie van het product en de technologie van SharePoint op te volgen en de toepassingsgroepservice als domeinaccount uit te voeren. Zie
| Opmerking: |
|---|
| Voor SharePoint 2010-producten en technologieën zijn domeinaccounts vereist voor serviceconfiguratie zoals de integratie van Reporting Services en SharePoint. |
4.0 Upgrade
Als u een bestaande installatie van de Reporting Services-invoegtoepassing hebt, kunt u deze bijwerken naar de huidige versie. Tijdens Setup wordt de bestaande versie gedetecteerd en wordt u gevraagd de update te bevestigen. Als u de update bevestigt, wordt de oudere versie van de invoegtoepassing verwijderd en de nieuwe versie geïnstalleerd.
Houd er rekening mee dat de Reporting Services-invoegtoepassing niet exemplaarbewust is. U kunt slechts één exemplaar van de invoegtoepassing op een computer uitvoeren. U kunt naast de huidige geen vroegere versies uitvoeren.
5.0 Overzicht van installatie en configuratie
De exacte stappen die u moet uitvoeren voor de installatie en configuratie van de Reporting Services-invoegtoepassing kunnen verschillen afhankelijk van uw vereisten. De basisstappen zijn als volgt:
-
Installeer de invoegtoepassing met het bestandrsSharepoint.msi. In de implementatie van een SharePoint-farm moet de invoegtoepassing op elke web-front-endserver worden geïnstalleerd. Zie Procedure: De Reporting Services-invoegtoepassing installeren of verwijderen
-
In Centraal beheer van SharePoint configureert u de Reporting Services-integratie, hierbij specificeert u onder andere de URL van de rapportserver die wordt geïntegreerd met de SharePoint-farm. Zie Procedure: Rapportserverintegratie configureren in Centraal beheer van SharePoint voor meer informatie
-
In Centraal beheer van SharePoint verifieert u de integratie van de rapportserver en of functies van Centraal beheer zijn geactiveerd onder de functies voor siteverzameling. Zie Procedure: Rapportserverfunctie activeren in Centraal beheer van SharePoint voor meer informatie
-
In Centraal beheer van SharePoint activeert u de bestandssynchronisatiefunctie van de rapportserver. Met deze functie worden items die handmatig naar documentbibliotheken worden gekopieerd, gesynchroniseerd met de rapportservercatalogus. Zie Procedure: Rapportserverfunctie voor bestandssynchronisatie activeren in Centraal beheer van SharePoint voor meer informatie
-
Voeg voor elke documentbibliotheek drie inhoudstypen voor rapportageservices toe: Report Builder-model, rapportgegevensbron, Report Builder-rapport. Hiermee maakt u de opties van de rapportageservices beschikbaar in de nieuwe documentlijst. Zie Procedure: Inhoudstypen van de rapportserver toevoegen aan een bibliotheek (Reporting Services in SharePoint-integratiemodus) voor meer informatie
6.0 De invoegtoepassing installeren
De Reporting Services-invoegtoepassing kan alleen door een beheerder van de computer worden geïnstalleerd.
U moet een Site Collection-beheerder zijn om de functie voor integratie van Reporting Services te activeren.
In deze versie kan de invoegtoepassing voor of na de SharePoint-installatie worden geïnstalleerd. De invoegtoepassing voldoet aan de SharePoint-standaarden voorafgaand aan implementatie en de bestanden worden geïnstalleerd op locaties die worden gebruikt door de SharePoint-installatie.
| Opmerking: |
|---|
| Het voordeel van het installeren van de invoegtoepassing vóór het product of de technologie van SharePoint is dat bij het toevoegen van nieuwe servers aan de farm, de Reporting Services-invoegtoepassing door de SharePoint-farm wordt geconfigureerd en geactiveerd. |
6.1 De invoegtoepassing vóór een SharePoint-product of -technologie installeren
De invoegtoepassing moet op alle servers worden geïnstalleerd die zullen worden uitgevoerd als SharePoint-web-front-ends en die u met de Reporting Services wilt integreren. Als het product of de technologie van SharePoint nog niet is geïnstalleerd, kunt u de installatiewizard van de invoegtoepassing op alle servers uitvoeren.
-
Download het installatieprogramma (rsSharepoint.msi) van de Reporting Services-invoegtoepassing.
-
Voer rsSharePoint.msi uit als beheerder om de installatiewizard uit te voeren. In de wizard worden een welkomstpagina, de softwarelicentievoorwaarden en een pagina met registratiegegevens weergegeven. Er worden SharePoint 2010-mappen gemaakt onder %program files%\common files\Microsoft Shared\ en er worden bestanden naar de mappen gekopieerd. U moet het MSI-bestand als beheerder uitvoeren door eerst een opdrachtregelvenster met verhoogde machtigingen te openen en vervolgens rsSharepoint.msi vanaf de opdrachtregel uit te voeren.
-
Configureer de integratie-instellingen en de functieactivering van de rapportserver in Centraal beheer van SharePoint.
6.2 De invoegtoepassing installeren nadat een SharePoint-product of -technologie is geïnstalleerd
Wanneer u de invoegtoepassing op servers installeert nadat een SharePoint-product of -technologie is geïnstalleerd, kunt u de volledige installatie van de invoegtoepassing alleen uitvoeren op één van de SharePoint-servers. Voor de overige SharePoint-servers in de farm moet u de installatie van alleen de bestanden van de invoegtoepassing uitvoeren vanaf de opdrachtregel. Hierbij worden alleen de bestanden geïnstalleerd, maar wordt het gedeelte met de aangepaste acties van de installatie overgeslagen.
Nadat u de invoegtoepassing hebt geïnstalleerd op alle servers, opent u Centraal beheer van SharePoint voor de configuratie van de rapportserverintegratie.
6.3 Installatie van alleen de bestanden
Voor installatie van de bestanden zonder de stappen voor aangepaste acties voert u het MSI-bestand met de SKIPCA-optie uit vanaf de opdrachtregel:
-
Open een opdrachtregel met beheerdersmachtigingen.
-
Voer de volgende opdracht uit: msiexec -i rsSharePoint.msi SKIPCA=1.
6.4 Volledige installatie van de invoegtoepassing in twee stappen
Bij fouten tijdens de installatie kunt u het installatieprogramma als proces van twee stappen uitvoeren vanaf de opdrachtregel. Voer eerst de installatie van alleen de bestanden uit en sla de aangepaste acties over. Voer vervolgens een uitvoerbaar bestand voor aangepaste acties uit. Als u de Reporting Services-invoegtoepassing wilt installeren voor de modus alleen-bestanden, doet u het volgende:
-
Open een opdrachtregel met beheerdersmachtigingen.
-
Voer de volgende opdracht uit: msiexec -i rsSharePoint.msi SKIPCA=1.
-
Zoek in het bestandssysteem naar het bestand rsCustomAction.exe. Dit bestand wordt door het installatieprogramma naar uw computer gekopieerd. Het bestand bevindt zich in de map %Temp%.
Voor de padgegevens van dit bestand klikt u op Start, klikt u op Uitvoeren en typt u %temp%. Het bestand moet zich in \Documents and Settings\<uw naam>\LOCALS~1\Temp bevinden.
Open een opdrachtregelvenster. Klik hiertoe op Start, klik op Uitvoeren en voer cmd in. Op nieuwere besturingssystemen moet u mogelijk uw machtigingen verhogen en dit uitvoeren met beheerdersrechten.
-
Navigeer naar de map die het uitvoerbare bestand rsCustomAction bevat.
-
Geef de volgende opdracht op. Het duurt een aantal minuten voordat deze configuratiestap is voltooid. Tijdens dit proces wordt de service W3SVC opnieuw gestart.
rsCustomAction.exe /i
6.4 De integratie van de rapportserver configureren
-
In Centraal beheer van SharePoint 2010 klikt u op het tabblad Algemene toepassingsinstellingen.
-
Klik in het toepassingsgedeelte Reporting Services op Integratie van Reporting Services.
-
In URL van de webservice van Report Server geeft u de URL van de rapportserver op (bijvoorbeeld http://voorbeeldservernaam/rapportserver). Gebruik niet "localhost". Voor het beste resultaat opent u een browservenster en controleert u of de URL die u wilt gebruiken, geldig is. Een geldige URL opent in het hoofdknooppunt van de maphiërarchie van de rapportserver. Als u een foutmelding krijgt, is de rapportserver-URL ongeldig. Deze mag dus niet worden gebruikt. Zie het artikel over het configureren van virtuele mappen in Report Server in SQL Server Books Online (Configuring Report Server Virtual Directories) voor meer informatie over URL-syntaxis.
-
Selecteer Windows-verificatie of Vertrouwde account in Verificatiemodus om op te geven of het proxyservereindpunt een kop met een beveiligingstoken verzendt voor een nagebootste verbinding op de rapportserver.
-
Geef in Referenties de Gebruikersnaam en het Wachtwoord op om verbinding te maken met de rapportserver om de serviceaccount op te halen. Geef referenties op voor een account die lid is van de lokale groep Administrators op de rapportservercomputer.
-
In De Reporting Services-functie activeren kiest u om de Reporting Services-functie te activeren op alle bestaande siteverzamelingen, of u selecteert de lijst met siteverzamelingen waarin u de functie wilt activeren.
-
Klik op OK.
-
In URL van de webservice van Report Server geeft u de URL van de rapportserver op (bijvoorbeeld http://voorbeeldservernaam/rapportserver). Gebruik niet "localhost". Voor het beste resultaat opent u een browservenster en controleert u of de URL die u wilt gebruiken, geldig is. Een geldige URL opent in het hoofdknooppunt van de maphiërarchie van de rapportserver. Als u een foutmelding krijgt, is de rapportserver-URL ongeldig. Deze mag dus niet worden gebruikt. Zie het artikel over het configureren van virtuele mappen in Report Server in SQL Server Books Online (Configuring Report Server Virtual Directories) voor meer informatie over URL-syntaxis.
-
Klik in het gedeelte Reporting Services eventueel nog op Standaardwaarden voor servers instellen om waarden in te stellen voor het beperken van de rapportgeschiedenis, logboekregistratie in te schakelen, een time-out voor rapportverwerking in te stellen en het downloaden van Report Builder mogelijk te maken.
Zie Procedure: Rapportserverintegratie configureren in Centraal beheer van SharePoint en Procedure: Rapportserverfunctie activeren in Centraal beheer van SharePoint voor meer informatie
6.5 Machtigingen instellen en inhoudstypen van Reporting Services toevoegen
Voor het voltooien van de integratieprocedure moet u de machtigingen verifiëren van alle gebruikers die rapportserverinhoud in een SharePoint-webtoepassing moeten kunnen weergeven en beheren. U moet gebruikers- en groepsaccounts aan groepen of machtigingsniveaus van SharePoint toewijzen om die gebruikers toegang tot een toepassing te kunnen verlenen. Reporting Services-functies worden geïntegreerd met het servicemodel en de machtigingen van SharePoint en toegang tot de inhoudstypen van Reporting Services is hetzelfde als toegang tot andere items in dezelfde documentbibliotheek. Als een gebruiker bijvoorbeeld machtigingen heeft voor de weergave van overige items in de documentbibliotheek, dan kunnen ze een rapport in die bibliotheek bekijken.
Het kan ook handig zijn om inhoudstypen van Reporting Services toe te voegen zodat gebruikers met machtigingen voor Report Builder dit programma vanuit het menu Nieuw in een documentbibliotheek kunnen starten. Zie Procedure: Inhoudstypen van de rapportserver toevoegen aan een bibliotheek (Reporting Services in SharePoint-integratiemodus) voor meer informatie
6.6 De installatie en configuratie verifiëren
-
Controleer de integratie door het configuratiebeheer van Reporting Services te starten voor een weergave van de serverstatus. In het gedeelte Huidige rapportserver moet Geïntegreerd met SharePoint worden weergegeven bij Rapportservermodus.
-
In het configuratiebeheer van Reporting Services klikt u op URL van webservice en vervolgens op URL van de rapportserverwebservice om een browservenster te openen met de pagina van de rapportserver. De rapportserver is niet goed geconfigureerd als de pagina niet zonder foutmeldingen wordt geopend.
-
In Centraal beheer van SharePoint klikt u op Algemene toepassingsinstellingen en klikt u vervolgens in het gedeelte Reporting Services op Standaardwaarden voor servers instellen. Als de integratie correct is geconfigureerd dan wordt deze pagina geopend en wordt geen fout weergegeven die duidt op een mislukte verbinding met de rapportserver.
-
Navigeer naar een bibliotheek op de SharePoint-site en upload een rapportdefinitie (RDL-bestand) en een rapportmodel (SMDL-bestand). Controleer of het rapport de juiste gegevensbroneigenschappen heeft. De gegevensbron moet een geldige verbindingsreeks hebben voor verbinding met een externe gegevensbron. Het referentietype moet geldig zijn voor uw netwerktopologie. Dit geldt met name als Kerberos-verificatie niet is ingeschakeld voor uw domein. U kunt dan het referentietype voor geïntegreerde Windows-beveiliging niet gebruiken als de rapportserver zich op een andere computer bevindt. In plaats daarvan moet u opgeslagen referenties opgeven. Als de gegevensbroneigenschappen juist zijn, kunt u op de rapportnaam klikken om het rapport te openen. Het rapport wordt automatisch in het webonderdeel Rapportviewer geopend.
6.7 De Reporting Services-invoegtoepassing verwijderen
U kunt de installatie van de Reporting Services-invoegtoepassing ongedaan maken vanaf het Configuratiescherm van Windows in Programma's en onderdelen. U kunt tevens de Reporting Services-invoegtoepassing verwijderen door het installatieprogramma (het MSI-bestand) in de modus voor het ongedaan maken van de installatie uit te voeren.
| Opmerking: |
|---|
| Door de invoegtoepassing te verwijderen van een server die actief is in de farm, wordt de invoegtoepassing verwijderd van alle servers in de farm. Als u de invoegtoepassing van slechts één server wilt verwijderen, verwijdert u die server eerst uit de SharePoint-farm en maakt u vervolgens de installatie van de invoegtoepassing ongedaan. |
Bij het verwijderen van de invoegtoepassing worden ook de serverintegratiefuncties verwijderd waarmee rapporten en modellen op de rapportserver worden verwerkt. Door u gemaakte bestanden of bestanden die u naar een bibliotheek hebt geüpload, worden niet verwijderd. Hetzelfde geldt voor schema's, abonnementen en de rapportgeschiedenis. U kunt deze items het beste verwijderen voordat u de invoegtoepassing verwijdert. Verwijder ook de aanmeldingsgegevens voor de SharePoint-database die zijn gemaakt voor de serviceaccounts van Reporting Services.
-
Verwijder alle rapporten en andere rapportserveritems die u niet meer nodig hebt. U kunt deze niet meer uitvoeren als de invoegtoepassing is verwijderd.
-
In het Configuratiescherm in Programma's of Programma's en onderdelen selecteert u SharePoint-invoegtoepassing SQL 2008 R2 Reporting Services.
-
Klik op Verwijderen.
Zie Procedure: De Reporting Services-invoegtoepassing installeren of verwijderen
7.0 Bekende problemen
Er zijn op dit moment geen problemen bekend.
8.0 Opmerkingen bij de documentatie
Er zijn op dit moment geen problemen met de documentatie bekend.